Oost Nederland sceptisch over rapport goederentreinen

Provincies, regio’s en gemeenten in Oost-Nederland vinden dat er in Den Haag geen overhaaste beslissingen genomen moeten worden over het opvoeren van het aantal goederentreinen in de regio. De reactie volgt op het Milieu Effect Rapport (MER) van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) voor het goederenvervoer in Oost-Nederland.

 

Naar verwachting wordt het aantal goederentreinen de komende twintig jaar verdubbeld. In 2030 zouden er dan bijna zestig treinen per dag over het spoor rijden, die voor veel overlast zorgen voor de meer dan honderdduizend bewoners langs de IJssel- en Twentelijn.

 

De gezamenlijke overheden in Oost-Nederland, Landsdeel Oost, willen geen toename van het aantal goederentreinen zonder afdoende maatregelen om overlast te beperken en de veiligheid langs het spoor te waarborgen. Het MER zou hier nog onvoldoende inzicht in geven. De oostelijke overheden vinden het MER ‘onzorgvuldig en achterhaald’.

 

'Kopmaken'

In het MER zijn meerdere varianten uitgezocht voor de toename van het goederenvervoer in Oost-Nederland, waaronder de route over de IJssellijn, waarbij treinen ‘kopmaken’ in Deventer. Landsdeel Oost vindt het echter te vroeg om te kiezen voor de IJssellijn. Het omdraaien van de treinen in Deventer kost veel tijd en geld, waardoor het maar de vraag is of transportbedrijven gebruik van de IJssellijn maken als er nog snellere en goedkopere routes voorhanden zijn.

 

 

bron;  rtvoost.nl